Groenland (ont)stresst
Er is momenteel zoveel aandacht voor geopolitiek en internationale spanningen omdat de bestaande wereldorde zichtbaar aan het verschuiven is. Grootmachten verdedigen hun invloed, terwi jl oude zekerheden zoals veiligheid, energie en handel onder druk staan. Conflicten, rivaliteit tussen machtsblokken en economische afhankelijkheden versterken elkaar, waardoor onzekerheid toeneemt. Daarbovenop zorgen snelle nieuwsstromen en sociale media ervoor dat die spanningen voortdurend aanwezig en voelbaar zijn in het dagelijks leven. En daar is ‘Groenland’ stilaan voor Europa een symbooldossier aan het worden.
Als “Groenland” symbool staat voor onzekerheid, instabiliteit en kwetsbaarheid… waar vinden we dan dat zachte antwoord op harde tijden? Misschien ligt dat helende antwoord dichterbij dan we denken: in het openbaar groen? Kan dit ‘openbaar groen’ rust, veerkracht en houvast bieden in deze turbulente tijden van internationale spanningen? Want van “Groenland” naar “openbaar groenland” is tenslotte maar een kleine taalkundige stap…
Die internationale spanningen vuren voortdurende dreigingsprikkels via nieuws en media en zullen, bij de meesten van ons toch, zorgen voor gevoelens van machteloosheid, onzekerheid en mentale uitputting. Iedereen heeft wel eens een moment dat het vat vol is. Wat dan?
We weten ook uit wetenschappelijk onderzoek dat kwalitatief openbaar groen stress en angst aantoonbaar kan verlagen, het vertraagt het denken en helpt mensen opnieuw lichamelijk aanwezig te zijn. Een goed onderhouden park straalt het volgende uit: “de samenleving is er nog voor jou, we hebben elkaar niet opgegeven”. Als dat geen mooie gedachte is!
In tijden van internationale spanningen nemen vaak ook het wij/zij denken toe, is er meer polarisat ie met verharde opinies en sociale fragmentatie. Met sociale fragmentatie bedoelen we het proces waarbij de samenhang in een samenleving verzwakt en mensen zich minder verbonden voelen met elkaar en met het geheel. Het gaat niet om één conflict, maar om een geleidelijke uit elkaar schuiven van groepen en leefwerelden. Daartegenover staat dat openbaar groen niet ideologisch is, vraagt geen standpunt terwijl wij aanwezig zijn. Het plaatst mensen letterlijk naast elkaar zonder debat. Wandelaars, spelende kinderen, ouderen op bankjes — het zijn alledaagse vormen van vreedzaam samenleven. Dat lijkt klein, maar is maatschappelijk fundamenteel.
Kwalitatief openbaar groen is één van de laatste plekken waar mensen zonder consumptieplicht samen zijn, een ruimte waar verschillen zichtbaar, maar niet bedreigend zijn. In dat opzicht werkt het als een democratische oefenruimte: samen aanwezig zijn, zonder controle, zonder escalatie. Juist wanneer internationale politiek gespannen is, zijn zulke lokale ankerpunten cruciaal.
Bovendien groeit openbaar groen traag, leeft in seizoenen en overstijgt politieke cycli. Dat biedt een ander soort tijdservaring dan crisisnieuws. Het is veel minder urgent, meer continuïteit en een gevoel dat niet alles instabiel is. Het is geen ontkenning van ernst, maar een stil tegengewicht tegen collectieve paniek.
Ik heb zeker niet de pretentie om te stellen dan openbaar groen conflicten oplost, of diplomatie vervangt, maar het ondersteunt zeker de mentale weerbaarheid, verhindert sociale verharding en houdt mensen menselijk en verbonden. En dat is vaak een voorwaarde om met spanningen om te gaan zonder te ontsporen.
Dus samenvattend zou ik kunnen stellen dat kwalitatief openbaar groen heilzaam is omdat het de stress en angst vermindert, een veilige, gedeelde ruimte biedt, de sociale cohesie ondersteunt en hoop en continuïteit belichaamt zonder woorden. Als Groenland, als symbooldossier voor internationale spanningen, ons vooral stress brengt, dan mag ik wel stellen dan ‘openbaar groenland’ zorgt voor ontstressing.